Fenoterol + ipratropium

ATC: R03AL01

Duovent
Ouderenzorg

Selecties

  • COPD - Acute exacerbatie en symptomatische behandeling volgens noodzaak: tweede stap, indien monotherapie met een kortwerkend β2-mimeticum of met een kortwerkend anticholinergicum, niet effectief genoeg is.

Motivatie

MOTIVATIE VOOR DE SELECTIE

  • Acute COPD-exacerbatie: De meeste richtlijnen zijn het erover eens dat beide producten samen gebruikt kunnen worden om hun effect te vergroten​​​​​​​.
  • COPD-Symptomatische behandeling:
    • De combinatie van een kortwerkend anticholinergicum met een kortwerkend β2-mimeticum kan een alternatief zijn indien één kortwerkende bronchodilator ontoereikend zijn​​​​​​​​​​​​​​.
    • De keuze voor een vaste associatie valt eveneens te overwegen voor wie chronisch beide producten naast elkaar gebruikt en daar baat bij ondervindt​​​​​​​​​​​​​​.
  • Op de Belgische markt is enkel de combinatie 'fenoterol+ipratropium' als doseeraerosol beschikbaar.

Indicatie
COPD -Symptomatische behandeling volgens nodig – tweede stap bij onvoldoende effect van monotherapie Acute COPD-exacerbatie - tweede stap bij onvoldoende effect van monotherapie
Criteria voor
de selectie
Werkzaamheid + +
Veiligheid
Gebruiksgemak
Prijs
Expert
consensus
+


Dosering

Geen dosisaanpassing nodig op basis van leeftijd (maar zie rubriek "Bijzondere voorzorgen").
Bij oudere personen is herhaalde evaluatie van de inhalatietechniek wenselijk (zie ook instructiefilmpjes).
  • Dosisaerosol* (1 dosis=1puff: ipratropium 20 µg + fenoterol 50 µg)
    • (zo nodig): tot 4 x p.d. 1 à 2 doses
  • Verneveloplossing (unidose: ipratropium 0,5 mg + fenoterol 1,25 mg)
    • (alleen voor dringende aanpak) : 1 ampul indien nodig, niet meer dan eenmaal herhalen.

* Gedurende 10 sec goed schudden vóór gebruik. Bij oudere patiënten met synchronisatie moeilijkheden wordt een voorzetkamer geadviseerd. Het toevoegen van een voorzetkamer heeft het voordeel dat minder synchronisatie vereist is tussen het ogenblik van vrijstelling van de dosis en dat van inhalatie.

In geval van nierfalen

  • Geen dosisaanpassing nodig.

De rubrieken hieronder verwijzen naar de geneesmiddelgroep waartoe het hier beschreven geneesmiddel behoort, indien deze beschikbaar zijn in het Gecommentarieerd Geneesmiddelen Repertorium.

Bijzondere voorzorgen

  • Contact met de ogen vermijden: risico van verergering van geslotenhoekglaucoom, pijn of onaangenaam gevoel in de ogen, visusstoornissen en cornea-oedeem.
  • Bij patiënten met hyperthyroïdie of instabiel cardiovasculair lijden (bv. recent myocardinfarct, levensbedreigende hartaritmieën, ernstig hartfalen) dienen bèta2-mimetica en anticholinergica voorzichtig te worden gebruikt (zie rubriek “Ongewenste effecten”).
  • Voorzichtigheid is geboden bij prostaathypertrofie, obstructie van de blaas of geslotenhoekglaucoom

Ongewenste effecten

  • Bij inhalatie van middelen kunnen systemische effecten optreden, zij het minder dan bij systemische toediening.
  • Bèta2-mimetica:
    • Nervositeit, slapeloosheid, hoofdpijn, tremoren.
    • Palpitaties, tachycardie, verhoogde bloeddruk, aritmieën (zelden).
    • Hypokaliëmie bij hoge doses bij parenterale toediening of na verneveling.
    • Zelden: paradoxale bronchospasmen (vooral bij jonge kinderen); tijdelijke verhoogde lactaatspiegel.
  • Anticholinergica
    • Anticholinerge ongewenste effecten zijn onder andere: monddroogte, hartkloppingen, obstipatie, moeilijke mictie, urineretentie (zie Inl.6.2.3. Anticholinerge ongewenste effecten).
    • De mogelijkheid van ernstige cardiale ongewenste effecten door LAMA’s blijft controversieel maar recente gegevens zijn geruststellend; er bestaat echter nog steeds een vermoeden van cardiovasculaire events bij het begin van de behandeling of bij een verhoging van de dosis.
    • Zelden: paradoxale bronchospasmen.

Interacties

Contra-indicaties

Prijstabel