Buccaal (bucc.), oromucosaal (oromuc.) en gingivaal (gingiv.) zijn toedieningsvormen via de mondholte: bij buccale toediening wordt een systemisch effect beoogd door toediening in de buccale holte tussen tandvlees en wang, terwijl bij oromucosaal een lokaal of systemisch effect beoogd wordt door toediening ter hoogte van het mondslijmvlies. De term oromucosaal wordt slechts gebruikt indien meer specifieke termen (zoals bv. sublinguaal, gingivaal, buccaal, …) niet van toepassing zijn, en het geen klassieke orale toediening (met inslikken) betreft. Bij gingivale toediening wordt een lokaal effect beoogd door toediening op het tandvlees.